U bent hier

Overdenken en bidden. Vastentijd: de laatste week

Door scribent op 26 maart 2018 20:24

De HEER is waarlijk opgestaan. 

Halleluja!

De vastentijd is geëindigd.

 

 

 

 

 

 

Inleiding

“In de laatste week voor Pasen, ook de Stille Week of de Goede Week genoemd, volgen we al lezend in het Matteüsevangelie de geschiedenis van Christus’ weg naar het kruis op de voet. Van dag tot dag kijken we in stilte naar wat Jezus Christus voor ons deed. En we beleven de grootste dag in de wereldgeschiedenis mee: de dag van Jezus’ opstanding uit de dood”.

Lezen: Matteüs 27: 57-66

Kerntekst: Heer, het schoot ons te binnen dat die bedrieger, toen hij nog leefde, gezegd heeft: 'Na drie dagen zal ik uit de dood opstaan. (Matteüs 27: 63)

Na drie dagen

Op stille zaterdag heerst bij de hogepriesters en Farizeeën angst: stel je voor dat waar is wat de bedrieger zei, stel je voor dat de leerlingen nog een leugen stapelen op Jezus' bedriegerijen. Wie zonder Jezus leeft, heeft een angstig leven. Met Jezus leven, is een leven van stille hoop. Het graf hoeft geen angst op te roepen, maar verwachting: het is een voorbode van nieuw leven. Want zo gaat God te werk: door de dood naar het leven, door lijden naar heerlijkheid, door het kruis naar de opstanding. Kijk zo ook naar lijden in je eigen leven: God gebruikt het voor iets beters.

Gebedszin:
Vader in de hemel, leer me stille hoop te koesteren, ook midden in lijden en dood.

  GOEDE VRIJDAG, 30 MAART

Lezen: Matteüs 27: 45-56


Kerntekst In het negende uur gaf Jezus een schreeuw en riep luid: 'Eli, Eli, Iema sabachtani?' Dat wil zeggen: 'Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?' (Matteüs: 27-46)

Verlaten

Goede Vrijdag vieren betekent: er intens verwonderd over zijn dat Vader, Zoon en Geest voor een tijd de gemeenschap verbreken om ons op te kunnen nemen in hun gemeenschap. Want Jezus wordt verlaten opdat wij nooit meer verlaten zouden worden. De zonde als het grote obstakel dat verbondenheid onmogelijk maakt, wordt weggedragen aan het kruis. Goede Vrijdag vieren is: er intens blij over zijn dat God ons niet alleen laat. Wees verbijsterd over de verlatenheid van Jezus op aarde en verheugd over onze toegang tot de hemel: de verbondenheid met de drieenige God.


Gebedszin: 

Drie-enige God, dank U voor onze verlossing van zonde en verlatenheid.

 

 

Lezen: Matteüs 26: 36-46

Kerntekst Toen hij zich bedroefd en angstig voelde worden, zei hij tegen hen: 'lk voel me dodelijk bedroefd; blijf hier met mij waken.' (Matteüs 26: 37-38)

Dodelijk bedroefd

De bijbel vertelt ons over Jezus' gevoelens in de tuin van Getsemané. Hoe is het mogelijk. De Jezus die zegt: 'Kom naar mij, dan zal ik jullie rust geven', is nu zelf dodelijk bedroefd. De Jezus die de moed had om tegen de gevestigde orde in te gaan, is nu zelf angstig. Terwijl wij dit soort gevoelens vaak inslikken, is Jezus er volkomen open over. Hij verzwijgt het niet. Ook zo is Hij onze Heer: Hij durft zwak en kwetsbaar te zijn en verzwijgt niet dat Hij bang is voor de eenzaamheid. Ken Hem zo en volg Hem ook daarin na. We hoeven ons niet groot te houden.

Gebedszin:

Here Jezus, dank U dat U mij kent in mijn zwakheid en mijn angst.

 

Lezen: Matteüs 26: 6-16

Kerntekst: Zij heeft iets goeds voor mij gedaan. Want de armen zijn altijd bij jullie, maar ik zal niet altijd bij jullie zijn. Door die olie over mij uit te gieten, heeft ze mijn lichaam voorbereid op het graf.
(Matteüs 26: 10-12)

De vrouw die Jezus liefhad
Rondom Jezus zien we voornamelijk mannen. Maar al deze mannen haken af als het grote moment nadert: ze zien het niet, ze begrijpen het niet. Maar er is een vrouw die het wel begrijpt en een eerste plaats krijgt van Jezus. Ze zag wat de anderen niet onder ogen durfden zien: dat Jezus zou gaan sterven. Daarom bereidt ze zijn lichaam voor op het graf met kostbare olie. Zo wordt deze vrouw een voorbeeld van overgave voor al die mannen om Jezus, die niet verder komen dan ergernis. Zij zal in de herinnering blijven van allen die het evangelie horen van Jezus' dood.

Gebedszin:
Here Jezus, leer me om me helemaal aan U over te geven, met alles wat in me is.

Lezen: Matteüs 25: 31-46


Kerntekst: Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon. (Matteüs 25: 31)

Hij komt

Kort voordat Jezus sterven gaat op aarde, spreekt Hij over de hemelse toekomst. De man die straks wordt geslagen, geschopt, gekleineerd en gemarteld is de Zoon die eens plaats zal nemen op zijn glorierijke troon. De tegenstelling is groot, in onze ogen onoverbrugbaar groot. Maar in die ene Jezus, de Christus, de Zoon van Gods liefde, komt het allemaal bij elkaar. De gekruisigde is de verheerlijkte. De gekwetste is de gekroonde. De eenzame is de door engelen omringde. Zie zijn glorierijke grootheid ook als hij de kruisweg gaat.

Gebedszin:
Here Christus, U aanbid ik om uw glorie en uw kruis tegelijk.

 

Lezen: Matteüs 22: 23-33

Kerntekst: Hebt u niet gelezen wat God u over de opstanding van de doden heeft gezegd? Dit is wat hij zei: 'lk ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.' Hij is geen God van doden, maar van levenden. (Matteüs 22: 31-32)

Een God van levenden
Als er in je leven verdriet is om geliefden die gestorven zijn, is het een diepe troost om God te mogen kennen als de God van levenden. Hij is de God die zich niet schaamt om naar mensen genoemd te worden (Abraham, Isaak en Jakob) en die door de aardse dood heen met hen in levende verbondenheid blijft staan. Wie sterven in Christus, leven voor God. Zo wordt ons verdriet om onze doden verzacht omdat we ons verheugen in hun leven, hun hemelse leven vanwege Jezus' aardse dood en opstanding.

Gebedszin:
Dank U, God van Abraham, Isaak en Jakob, dat U een God van levenden bent.